Mij een zorg? Soms heb je dat gevoel: “mij een zorg”. Er schuilt onverschilligheid achter die opmerking, alsof je er niet voor interesseert. Maar, is dat in onze tekst ook zo? Als we het goed lezen, bepaaldelijk niet.
Zorg in de Bijbel strekt zich uit op alle gebieden van het leven, ook de meest basale behoeften, zoals voedsel.
De Bijbeltekst speelt binnen een agrarische maatschappij. Het Midden Oosten is een gebied, waar altijd veel landbouw bedreven werd. Het is een uitermate vruchtbaar gebied; de grondsoort is geschikt voor allerlei groenten, vruchten en graan. Maar het Midden Oosten is ook een gebied waarin de mens afhankelijk is van de regen die God geeft- regen die noodzakelijk is voor een goede oogst.
Wat gebeurt hier in dit Bijbelgedeelte tijdens de oogst? Je maait met een sikkel korenschoven af, bindt die samen, haalt de oogst binnen. Oogsten is zwaar en inspannend werk, je bent zo druk bezig dat je een schoof vergeet.
Oogsten is verbonden met geven. God geeft regen en zon, opdat gewassen kunnen groeien. Zoals wij afhankelijk zijn van Gods zorg, zo moeten wij ook voor elkaar zorgen.
Het is namelijk bewust dat er aren achterblijven. Je laat bewust een gedeelte van de oogst achter op het veld. Zoals ook in Leviticus 19:9 staat, dat je niet alles van het veld moet halen: je moet de randen van het veld niet oogsten, en wat is blijven liggen moet je niet oprapen. Dat is toch ook immers wat Ruth deed, die tijdens de oogst aren opraapte. En Boaz was een goede man, hij begreep dat God wil dat de mensen ook voor elkaar zorgen: hij liet bewust meer oogst achter voor de arme buitenlandse weduwe Ruth. Er zijn mensen die daarvan moeten rondkomen, voor wie dat het enige is om van te leven.
Bewust laat je van je oogst achter op het veld. Er zijn mensen voor wie dat het enige is om van te leven. God noemt mensen die het nodig hebben: de vreemdeling, de weduwe en de wees, de zwakkeren in de samenleving. Zij krijgen het recht om een deel van de oogst voor zichzelf mee te nemen. Je moet bewust een deel van jouw oogst “vergeten” en achterlaten. Boaz draagt zijn mensen op (Ruth 2:15), dat zij zich zo gedragen, dat Ruth zich niet hoeft te generen, en haar waardigheid kan behouden.
Ook dat is onze taak er zijn voor mensen die het minder hebben dan wij, die onze hulp en zorg nodig hebben. Achterlaten van de oogst is dus iets wat wij bewust moeten doen. Je kunt bewust goed doen voor anderen. Bewust laat je anderen delen van jouw zegeningen, zodat die ander er wat mee kan doen. God leert het ons: je oogst is niet alleen voor jezelf. Bij God is de oogst altijd voldoende, zo ruimschoots dat je kunt delen van de vruchten van de
oogst van Gods goedheid. Je laat iets van je inkomen los voor een ander; zo laat je iets doorschemeren van Gods zorg voor ons mensen. Oogsten is ook gedenken: je herinneren dat toen je het zelf niet goed had, dat God toen ook voor jou zorgde.
Wij moeten in ons leven leren Gods trouw altijd voor ogen te houden. Maar het is niet alleen verleden tijd- God is trouw en zorgzaam ook vandaag. En wij als kinderen van God, kunnen Hem daarbij assisteren. Dan zien we de wisselwerking van Gods zegening en Hem assisteren in Zijn zorgplan.
